Statistiek en voetbal: een onontgonnen gebied in België?

By , February 14, 2012

Liefhebbers van baseball kijken reikhalzend uit naar de lancering van de film “Moneyball” waarin Brad Pitt de rol speelt van Billy Beane, de manager van het baseballteam de Oakland Athletics. Hij slaagde erin om met een beperkt budget en een uitgekiende statistische analyse van de beschikbare spelers, jaar na jaar een succesvol team samen te stellen dat veel betere resultaten boekte dan de rijkere teams.

Als we in België overtuigd zijn van het feit dat door de beperkte budgetten van onze clubs de competitie met de Champions League teams onbegonnen werk is, dan biedt een diepgaande studie van de beschikbare voetbalstatistieken alvast een manier om die kloof te dichten.

Professor Chris Anderson van de Cornell Universiteit in New York publiceert op zijn site “Soccer by the Numbers” alvast zeer interessante analyses. Bij de herneming van het kampioenenbal leek het ons interessant om zijn vergelijking van de 4 grote Europese competities even te bekijken (seizoenen 2005/06 tot 2009/10).

Schietgrage Duitsers vs efficiënte Engelsen

Het algemeen verspreide beeld dat de Italiaanse competitie het minste spektakel en doelpunten oplevert blijkt niet te kloppen. De 4 competities zijn heel erg vergelijkbaar op dat vlak, met gemiddeld iets minder dan 3 doelpunten per wedstrijd. Minder verrassend is het feit dat overwinningen hoog correleren met doelpogingen (SOT, shots on goal) en doelpogingen binnen het kader (shots on target). Hoe meer accurate doelpogingen, hoe groter de kans dat het team wint.

Maar ook hier weinig verschil tussen de 4 landen, met Duitsland het meest “trigger happy”, met gemiddeld 27.6 doelpogingen per wedstrijd, en Spanje het minst met 23.2. Er is wél een verschil wanneer het vizier van de spelers wordt geanalyseerd: dan blijkt de Premier League het meest effectief (1.87 shots nodig om binnen het kader te geraken, Bundesliga 2.46, Serie A 2.58 en La Liga 2.79). Doelschutters in Engeland blijken dus minder richting doel te trappen, maar als ze wel een poging ondernemen, zijn de schoten wel veel doelgerichter. Aangezien ze toch niet significant meer scoren dan hun buitenlandse collega’s kunnen we misschien besluiten dat de kwaliteit van de keepers hoger is?

9 kansen = 1 goal

De meest interessante statistiek blijft natuurlijk het aantal doelpogingen dat nodig blijkt om een doelpunt te scoren. Hier houdt de ratio van Charles Reep (1968) stand: gemiddeld genomen heeft een team 9 pogingen nodig om een doelpunt te scoren! Hoewel de 4 landen deze ratio benaderen zijn er wel sterke onderlinge verschillen: Engelse voetballers zijn accurater (highest SOT/shots ratio) maar Spaanse voetballers scoren meer uit hun doelpogingen (highest goals/SOT ratio).

Laten we de komende weken eens met deze bril naar de Champions League wedstrijden kijken om te zien of deze trends worden bevestigd! En intussen kunnen ook hier in België de coaches maar beter blijven zoeken naar de meest creatieve spelers, want als je een doelpunt tegen krijgt moet je al 18 kansen creëren om 2x te scoren!

 

Origineel artikel: “Comparing the best soccer leagues in the World”, by Chris Anderson, Cornell University, 2010.

Dit artikel is tot stand gekomen dankzij Maenhout en Perquy.

Vond je deze blog interessant, lees dan zeker ook:

“Het belang van leidersfiguren in de voetbalwereld”
“Hoe kan wetenschap helpen om betere voetballers te ontwikkelen
“Wetenschap in het voetbal

Leave a Reply

Panorama Theme by Themocracy